De mens doorleeft elke ontwikkelingsfase in zijn eigen specifieke omstandigheden, ontstijgt en omvat deze laag,
en verbindt zich met het volgende niveau. Tijdens deze ontwikkelingsreis kunnen er door moeilijke konfrontaties op verschillende niveaus niet afgemaakte ervaringsmomenten blijven hangen. Als stenen of soms zelfs rotsblokken in een bergstroom belemmeren deze obstakels een volledige doorstroming en ontplooiing van de levensenergie in een volgende fase. Denken, voelen, willen en doen raken daardoor langzaam steeds meer gericht op aanpassen en overleven.
Er ontwikkelt zich geleidelijk aan een niet volgroeide persoonlijkheid in toenemende verwarring.
Je functioneert meer en meer vanuit je aangeleerde en bedachte zelfbeeld. Uiterlijk verstrikt in de buitenwereld. Innerlijk geen kontakt meer met DE BRON.